Koolhydraten, wat zijn het precies?

koolhydraten8Wat zijn koolhydraten?

Koolhydraten, in de volksmond vaak suikers of saccharides genoemd, voorzien je lichaam van energie in de vorm van glucose. Het is belangrijk om je te realiseren dat alle koolhydraten glucose bevatten en in je lichaam tot losse glucosemoleculen worden afgebroken. Grofweg zijn er twee soorten koolhydraten: suikers en zetmelen. Van suikers weten we wel dat ze niet goed voor ons zijn als we er te veel van eten. Maar wat we ons vaak niet realiseren is dat veel van de voedingsmiddelen die we dagelijks eten voor een groot deel uit zetmelen bestaan en dat dat in feite ook suikers zijn. Tarwe bestaat bijvoorbeeld voor 70% uit zetmeel en ook maïs, rijst en aardappels bestaan hoofdzakelijk uit zetmeel. Uiteindelijk wordt het zetmeel in je lichaam ook tot glucose afgebroken. En als er te veel glucose in het lichaam binnenkomt dat niet meteen verbrand kan worden, dan wordt het overschot als vet opgeslagen. Vandaar dat afvallen moeilijk is als je veel koolhydraten eet.
Het tempo waarin de glucose vrijkomt verschilt per soort koolhydraat. Suikers bestaan uit kleine moleculen die snel afgebroken kunnen worden. Tafelsuiker is bijvoorbeeld zo’n snelle koolhydraat en bestaat uit moleculen van twee mono-sacchariden (enkelvoudige suikers): glucose en fructose. Zetmelen zijn ook koolhydraten, maar die bestaan uit grote macromoleculen met hele lange ketens van glucose. Die hebben veel meer tijd nodig om afgebroken te worden. Maar na afbraak blijft er bij zetmelen dus feitelijk hetzelfde over als bij suiker: losse glucosemoleculen.

Suikers zijn bijvoorbeeld:
gewone tafelsuiker (sucrose)
• melksuiker (lactose)
• vruchtensuiker (fructose)
• druivensuiker (glucose of ook wel dextrose genoemd)
Eigenlijk alles dat eindigt op ‘ose’ is suiker. Ook ingrediënten waar de woorden ‘stroop’ of ‘siroop’ in voorkomen zijn suiker.

Zetmeelrijke voedingsmiddelen:
• granen, zoals tarwe, maïs en rijst maar ook haver, boekweit en quinoa bevatten veel koolhydraten
• graanproducten, bijvoorbeeld brood en pasta, couscous, bulgur, wraps, crackers, rijstwafels
• bewerkte levensmiddelen, zoals koekjes, deegwaren, chips, snacks
• knolgewassen, zoals aardappelen en bieten
• peulvruchten

Bij een koolhydraatarm dieet kijk je dus niet alleen of een product gezond is qua voedingswaarde, maar let je nog eens extra op of dat product koolhydraten bevat. Producten als fruit, boekweit, havermout en quinoa staan vaak te boek als gezond, maar ze bevatten dus wel veel koolhydraten!

Hoe koolhydraten je vetverbranding in de weg staan

Als we veel suikers en koolhydraten in ons voedingspatroon hebben is het nooit nodig voor ons lichaam om over te schakelen op de verbranding van vetreserves. Glucose is namelijk een ‘goedkope’ brandstof. Het kost je lichaam heel weinig energie om glucose om te zetten in brandstof voor de cellen. Glucose is eigenlijk alleen bedoeld voor snelle, intensieve fysieke inspanningen in noodsituaties. Ons lichaam is er op ingesteld om vet als belangrijkste energiebron te gebruiken. Vet is een veel stabielere energiebron, die ons langer energie geeft dan koolhydraten. Slechts voor heel weinig mensen (ongeveer 15 %) zijn koolhydraten als belangrijkste energiebron geschikt. Als er continu glucose beschikbaar is, vergeet je lichaam als het ware dat het ook in staat is om vet te verbranden. Het wordt daardoor steeds moeilijker om vet te kunnen verbranden en je vetcellen houden de energie vast. Met als gevolg dat wanneer een energietekort ontstaat in de cellen je lichaam toch een hongersignaal krijgt, ondanks dat er voldoende energie (in de vorm van vet) aanwezig is. Vandaar dat het zo belangrijk is om weer een vetverbrander te worden in plaats van een suikerverbrander, iets  waar PowerSlim in haar afslankprogramma veel aandacht aan besteedt.

Vermijd deze koolhydraten voor een stabiele bloedsuikerspiegel

Een ander nadeel van veel en vooral snelle koolhydraten is dat je bloedsuikerspiegel snel stijgt. Het lichaam geeft als reactie daar op ook veel insuline af om de bloedsuikerspiegel weer te laten dalen. Als er veel insuline is afgegeven daalt je bloedsuikerspiegel te veel en krijg je al snel na je maaltijd weer behoefte aan iets zoets. Hierdoor kom je in een vicieuze cirkel terecht van energiedips en behoefte aan zoete dingen.
Hoge insulineniveaus zijn voor je lichaam ook het signaal dat er veel suiker in het bloed is dat gebruikt moet worden. Vandaar dat bij hoge insulinelevels (wat vaak het geval is bij insulineresistentie) de verbranding van vet uit je vetcellen. Een stabiele bloedsuikerspiegel is een essentiële stap om langdurig af te kunnen vallen.
Een snelle stijging van je bloedsuikerspiegel gebeurt vooral bij de snelle koolhydraten. Dat zijn de suikers maar ook geraffineerde zetmelen zoals witmeel en witte rijst. Daar zijn de vezels grotendeels uitgehaald en vezels hebben juist een vertragend effect op de koolhydraten. Snelle koolhydraten hebben een hoge glycemische index. De glycemische index is een maat voor de snelheid waarmee de suikers uit een voedingsmiddel in het bloed worden opgenomen. Voedingsmiddelen met een hoge glycemische index laten de bloedsuikerspiegel dus veel sneller stijgen, dan voedingsmiddelen met een lage glycemische index.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Fill out this field
Fill out this field
Geef een geldig e-mailadres op.
Je moet de voorwaarden accepteren voordat je het bericht kunt verzenden.
Rating

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Menu